terpstraopurk.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
    Openbaring 3: 20

    Geliefde gemeente,

     

    Jezelf buitensluiten: daar is niet veel aan. Het is u misschien wel eens overkomen. Je ging zitten op het terras. Je trok de deur achter je dicht. Terwijl de huissleutel nog op de keukentafel lag. Heel vervelend. Hoe kom je weer binnen?

    Buitengesloten worden: dat is nog erger. Denk u eens ruzie met uw echtgenote in. Ze zet u op straat. Met koffers en al. Een dag later kom je weer bij je huis. Je steekt de sleutel in het slot. Maar…de sloten zijn vervangen. Je kunt niet binnenkomen. Je moet aanbellen bij je eigen huis. Vragen of je alsjeblieft naar binnen mag. Dat moet wel vernederend aanvoelen.

    Stel je nu Christus voor. De Eigenaar van het huis dat de gemeente is. De vraag is hoe Hij ontvangen wordt. Komt Hij er nog in? Is de Heere Jezus in Zijn eigen huis nog welkom? Denk aan deze gemeente. Maar denk ook uw eigen christenleven. Vindt de Heere bij u nog onderdak? Of hebt u Hem feitelijk buitengesloten? Indringende vragen! Nog belangrijker: wat doet de Heere Jezus vervolgens? Laat Hij Zich verjagen uit Zijn eigen huis?

    Antwoord krijgen we vanuit Openbaring 3: 20: ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij’. Boven de preek staat:

     

    Christus wil binnenkomen en maaltijd houden

    1: drama    2: oproep    3: verantwoordelijkheid

     

    Christus wil binnenkomen en maaltijd houden – (1) drama

                Laodicea is een echte handelsstad. Het ligt op een kruispunt van wegen. Er wordt volop gehandeld in zwarte wol. De stad is trots op zijn speciale ogenzalf. Laodicea is al met al zeer welvarend. In 61 vindt er een aardbeving plaats. De stad wordt verwoest. Maar uit eigen zak weten de inwoners de wederopbouw te betalen.

                De mensen daar zijn trots op hun welvaart. Ze hebben genoeg aan zichzelf. dat voorspelt niet veel goeds voor het Evangelie. Wie zit er op te wachten? Dat is wat we vandaag alom zien. Het hier en nu biedt ons alles. Dus is Christus niet nodig. Maar in Laodicea is een wonder gebeurd. Het Evangelie heeft er toch wortel geschoten. Er is een gemeente ontstaan. Epafras heeft er het Evangelie verkondigd. Hij is een leerling van Paulus.

                Paulus besteedt ook aan deze gemeente veel zorg. Hij schrijft ook haar een brief. Zijn werk lijkt niet zinloos. De gemeente weet zich staande te houden. Ondanks de dreiging van de welvaart. En die van de verering van de Romeinse keizer. Die is ook in Laodicea al vroeg aanwezig. Deelname daaraan is eigenlijk noodzakelijk. Anders is deelname aan maatschappij en economie onmogelijk. Maar deze gemeente blijft standvastig.

                Alle reden tot dankbaarheid? Nee, niet echt. Want van de buitenkant lijkt alles in orde. De samenkomsten worden druk bezocht. Er klinken fantastische preken. Doordeweekse gemeenteactiviteiten worden druk bezocht. Een gemeente om trots op te zijn! En dat is nu juist het probleem. De gemeenteleden zijn trots. Wat hebben ze hun zaakjes goed voor elkaar! Zoals de inwoners van Laodicea zijn ook zij. Die zijn trots op wat ze bereiken hebben in hun welvarende stad. De gemeenteleden zijn niet anders. Ze onderscheiden zich wel van de buitenkant. Maar niet van binnen. Dezelfde hoogmoed is aanwezig.

                En wat is het met hoogmoedige mensen? Die hebben geen anderen nodig. Ze redden zichzelf wel. Dat heeft fatale gevolgen voor deze gemeente. Want zodoende hebben ze Christus ook niet nodig. Christus is de Bruidegom. De gemeente is Zijn bruid. Hij wil met Zijn bruid samen zijn in één huis. Maar de bruid heeft Hem niet meer nodig. Ze wijst Christus in feite de deur. De deur gaat dicht. Wil Christus naar binnen? Dan moet Hij aankloppen…

                Nu kun je je hoofd gaan schudden. Die mensen in Laodicea toch… Maar dit kan elke gemeente overkomen! Ook déze gemeente! Zelfvoldaanheid ligt altijd weer op de loer. Wij zijn niet zo zwaar als die anderen. Bij ons hoor je tenminste het blijde Evangelie. Wij hebben als gemeente een zware tijd gehad. Maar kijk eens: nu bloeit alles weer. En velen willen lid worden. Wat hebben we alles goed voor elkaar!

                Op meer manieren kan de gemeente erg met zichzelf bezig zijn. Denk aan alle belangen die er zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van de eredienst. De een wil meer Opwekking. De ander wil alles houden zoals het is. Voordat je het weet, komt er ruzie van. Het gaat om macht. Ónze macht. Mijn mening die doorgevoerd moet worden. Ook zo ben je bezig met jezelf. De ander heb je niet nodig. Maar ook dé Ander niet. De Heere van het huis: Christus Zelf.

                Zelfs in de erediensten kan  het helemaal gaan om ons. De prediking moet vooral bemoedigen en troosten. In nieuwe liedteksten zie je hetzelfde terug. Vaak gaat het om ‘ik’ en ‘mij’. Over Jezus hoor je nog wel. En zelfs over Zijn kruis. Maar dat lijkt haast zijdelings te gebeuren. Dat God van ons houdt, staat toch wel vast. Want van onszelf zijn we best overtuigd. Prinsen en prinsessen. U merkt het: alweer staan wij centraal. Over Gods eer en heiligheid hoor je niet. Die geschonden zijn door onze zonde. Zodat aan Zijn recht voldaan moet worden. Waarvoor Jezus de Zoon absoluut nodig is. In Zijn lijden en sterven. Dat was altijd het hart van de boodschap over het kruis. Maar hoor je dat altijd zo terug? Kerkmensen kunnen zo overtuigd zijn van zichzelf. Hebben ze nog wel Iemand nodig Die voor hun zonden betaalt? Hebben ze Jezus nog nodig? Of staat Hij buiten de deur: overbodig!

                Dat mag elke gemeente zich afvragen. Inclusief de onze! Dat moet elke christen zich afvragen.

     

    Christus wil binnenkomen en maaltijd houden – (1) drama    (2) oproep

                ‘Zie, Ik sta aan de deur.’ Dat is dus een drama. Christus buiten de deur gezet! Hoe reageert Christus op dat drama? Hij zou door kunnen lopen. Hij zou Laodicea aan zijn lot kunnen overlaten. Daar is Hij immers toch niet nodig! Maar dat doet Jezus niet. Want we lezen: ‘en Ik klop’. Wie aanklopt, wil worden binnengelaten. Zo wil Christus door Zijn gemeente weer binnengelaten worden. Waarom toch? Laodicea heeft Hem toch niet nodig! Het is de liefde die Jezus drijft. Deze gemeente is gevallen. Diep gevallen zelfs. Maar Hij blijft van haar houden. Dus klopt Christus nog aan.

    Maar Christus heeft niet lief op een softe manier. Denk aan wat we lezen in vers 19: ‘Ieder die Ik liefheb, wijs ik terecht en bestraf Ik’. En dat geldt ook voor deze gemeente. Zachte heelmeesters, stinkende wonden! Als Christus niet duidelijk terechtwijst, is het over. Dan gaat deze gemeente te gronde. Een softe benadering zou dus zeker niet liefdevol zijn.

                Dus spreekt de Heere Jezus van de andere kant van de deur. Hij spreekt tot de bruid die binnen is. Op een indringende manier. ‘Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien.’ Deze woorden komen hard aan in Laodicea. Daar denken ze rijk te zijn. Het goud stroomt binnen. Maar het wérkelijke goud is niet van hen! Dat is het goud van Jeruzalems straten. Van het nieuw Jeruzalem, welteverstaan. Aan die grote toekomst hebben ze geen deel. Die het deel wordt van de kerk door loutering. Door lijden en tranen heen. Die geeft de Heere Jezus alleen. Christus raadt ook de koop van witte kleren aan. Zwarte wol kunnen ze daar leveren. Maar geen kleding die zonden kan bedekken. Die kleding levert alleen Christus. Christus biedt ook nog ogenzalf. Een knauw voor het ego van deze gemeente! Want daar in Laodicea verkopen ze toch al de beste ogenzalf? Ja, maar die is toch niet goed genoeg. Want die geneest niet van geestelijke blindheid. Van de blindheid voor de eigen noodsituatie. Achter de materiële en geestelijke welvaart.

                Wat wil Jezus nu, kort gezegd? Hij wil deze mensen afhelpen van hun hoogmoed. Hij wil deze gemeente wijzen op Hem. En op Zijn gaven. Als de enige mogelijkheid om echt rijk te worden. En niet ten onder te gaan.

                Zo wordt Laodicea aangesproken. Zo wordt ook deze gemeente aangesproken. Van de andere kant van de deur klinkt Zijn stem. Met dezelfde boodschap als toen. U en ik: we moeten al onze trots opgeven. Laat de hoogmoed varen. Persoonlijk . Maar ook als gemeente. Achter de trouwste  kerkmens gaat slechts een zondaar schuil. Achter de prachtigste gemeente gaat slechts een groep zondaren schuil. Wat is nodig? Dat Christus alleen u overblijft. Dat u genoeg hebt aan Hem alleen. Dat u al uw geestelijke hoogmoed laat varen. Dat geldt u persoonlijk. Dat geldt de gemeente als geheel. Eigen trots laten varen en Christus alleen overhouden. Dat moeten we eenmaal voor het eerst horen. En écht verstaan. Dat moeten we telkens opnieuw horen. Want de trots steekt zo gemakkelijk de kop weer op. In ons persoonlijk leven. En in dat van de gemeente.

                Daarom zijn we vandaag op de goede plek. Want brood en wijn staan aangericht. Ze vertellen van Hem Die van trots niet afwist. Die nederig geboren werd en nederig wilde zijn. Tot en met de dood aan het kruis. Opdat er voor zondaren vergeving van hoogmoed zou zijn. Als we die maar leren belijden. Persoonlijk én als gemeente. 

     

    Christus wil binnenkomen en maaltijd houden – (1) drama    (2) oproep    (3) verantwoordelijkheid

                Ons tekstvers eindigt met een rijke belofte: ‘Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.’

                Jezus’ stem horen en Hem opendoen: daar begint het mee. Dat betekent: je verantwoordelijk nemen. Waarop je werd aangesproken. Natuurlijk weet ik van genade. Een trotse zondaar wórdt op de knieën gebracht. En wel door de Heilige Geest. Die verbreekt het hardste hart. Eenmaal en telkens weer. Maar die andere kant is er ook. Hoe moeilijk die twee ook met elkaar te rijmen zijn. En dat is de eigen verantwoordelijkheid. Doe de deur van je hart open als Christus naar binnen wil. Weiger Hem de toegang niet! Excuses zijn er niet. Zoals: ‘ik weet niet of de zaligheid ook voor mij is’. Of: ‘je moet afwachten totdat het je gegeven wordt’. Dat zijn vrome leugens. De minder vrome variant is er ook. Deze: ‘ik wacht wel tot later. Ik heb het nu te druk.’ Nee, Christus wacht nu. Hij roept nu. Hij wil nu worden opengedaan. Het beeld van vers 20 is ook dat van een reiziger. Een, die in zo’n wereldstad als Laodicea aanklopt. Op zoek naar ondergang. Wordt hem niet opengedaan? Dan loopt hij door. Op zoek naar een plek waar hij wel welkom is. Zo is het ook met Jezus. Stel dat het kloppen eenmaal ophoudt. Stel dat Zijn stem niet meer klinkt. Maar dat in plaats daarvan de deur wordt opengebroken. En je oog in oog met Hem staat. Als je Rechter nog wel…

                Neem je verantwoordelijkheid. Dan is het loon ook groot. Dan wil Christus binnenkomen. In je levenshuis. Voor het eerst. Of na een periode niet welkom te zijn geweest. Hij wil dan te gast zijn aan je tafel.

    Dat staat er inderdaad: ‘Ik zal de maaltijd met hem gebruiken’. Maar daarop volgt direct: ‘en hij met Mij’. Dan veranderen opeens de rollen. Dan ben jij niet langer de gastheer. Met Christus aan jouw tafel. Dan is het precies omgekeerd. Jij wordt gast aan Zijn tafel.

    Aan welke tafel? U denkt natuurlijk meteen aan de avondmaalstafel. En dat is terecht. Waar is Christus de Gastheer? Waar zijn arme zondaren de tafelgasten? Dat is aan het Avondmaal. Als Gastheer ontvangt Hij hen. Dat betekent dat Hij de toelating regelt. Niet wij. Gelukkig maar. Voor wie zou er anders plaats zijn? Voor nette mensen. Voor zeer gelovige mensen. Voor de trouwste mensen. Wij geloven immers zo graag dat het van ons afhangt. Daar draait alle religie om. Maar wij bepalen de toelatingscriteria voor de tafel niet. Dus is er ruimte voor de meest wanhopige mensen. Voor wie niets meer van zichzelf kan en wil verwachten. Voor wie zich helemaal overgeleverd weet aan Christus’ ontferming. Voor wie de prediking van dit vers begrepen heeft. En van deze brief. Dat is deze: bij hoogmoedigen heeft Christus geen plek. Slechts bij wie op de knieën gebracht is.

    Is het zo gesteld met u? Dan is uw plek straks aan tafel. Hopelijk komt daar straks een gemeente samen. Een, die de hoogmoed afgeleerd heeft. Die geen trots overhoudt. Op eigen activiteiten, bloei of wat dan ook.

    Zo’n gemeente is hier en nu welkom aan tafel. Maar ook aan die maaltijd die Christus eigenlijk bedoelt. Dat is het avondmaal van de bruiloft van het Lam. Déze tafel is slechts een zwakke afspiegeling van het feest dat dán aanbreekt.

     

    Amen

    Reacties

    Commentaar
    Jouw naam/bijnaam
    Website url
    E-mail
    Je Punt profiel
    Hou mij op de hoogte
    Ik wil op de hoogte gehouden worden
    Dit is een verplicht veld
    Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl